Zoeken in KBvG.nl

kbvg-emblem
Inloggen
kbvg-emblem
Heeft u schulden? Ga naar
18 mei 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:4528

Geen executieverdrag tussen Nederland en Venezuela. Geschil over internationale overeenkomst. Beroep op arbitragebeding. Tussenvonnis in incident. De rechter geeft aan dat in artikel 767 Rv is neergelegd dat, in geval van conservatoir beslag en bij gebreke van een andere weg om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen, de eis in de hoofdzaak kan worden ingesteld voor de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot het gelegde beslag heeft verleend. De Nederlands rechter kan echter géén internationale bevoegdheid ontlenen aan artikel 767 Rv, indien de bevoegdheid van de Nederlandse rechter is uitgesloten op grond van een arbitragebeding, én de in arbitrage te verkrijgen titel op grond van een te verlenen exequatur in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. Dit volgt uit het bepaalde in artikel 1022 Rv in samenhang met het bepaalde in artikel 767 Rv. De rechter verwerpt het standpunt dat 431 lid 2 Rv een andere weg biedt. Ook in de summiere vorm van een ‘verkapt exequatur’ brengt toepassing van artikel 431 lid 2 Rv een nieuwe procedure bij de Nederlandse rechter mee, die leidt tot een nieuw Nederlands vonnis. Daarmee is het geen andere weg voor tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis in de zin van artikel 767 Rv.

BRONde Rechtspraak.nl
18 mei 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:662

Verklaring derde-beslagene juist? Art. 477a lid 2 Rv. Veroordeling tot betaling van hetgeen volgens vaststelling door rechter aan executant toekomt. Art 479a Rv: redelijke vergoeding verschuldigd voor werkzaamheden door schuldenaar voor derde.

BRONde Rechtspraak.nl
18 mei 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1260

Hoger beroep kort geding. Verbod om dwangsommen te innen ter zake veroordeling tot teruggave van bepaalde inbeslaggenomen bescheiden, aangezien inmiddels een tweede beslagverlof is verleend waar ook die bepaalde bescheiden onder vallen.

BRONde Rechtspraak.nl
18 mei 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:1415

Eiseres vordert opheffing conservatoir derdenbeslag onder A. op de vordering van 1.960.000,00 euro van eiseres op A. Vordering toegewezen. Misbruik van recht, verkapt eigenbeslag.

BRONde Rechtspraak.nl
18 mei 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:1414

Executiegeschil. Eiser vordert onder meer opheffing danwel schorsing van het door gedaagde gelegde beslag en van de door gedaagde genomen executiemaatregelen. Doordat gedaagde niet in persoon of bij advocaat op de dienende dag in het geding is verschenen, laat de voorzieningenrechter het door gedaagde ingediende processtuk buiten beschouwing en verleent zij verstek. De vorderingen van eiser komen de voorzieningenrechter ongegrond voor en de voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser dan ook af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gedaagde geen misbruik van haar bevoegdheid maakt door over te gaan tot tenuitvoerlegging van het tussen partijen gewezen arrest van het hof. Nu het processtuk van gedaagde buiten beschouwing wordt gelaten en verstek is verleend, is er geen aanleiding om eiser in de proceskosten van gedaagde te veroordelen.

BRONde Rechtspraak.nl
18 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:3720

Conservatoir beslag op woonhuis, door vennootschap gelegd onder de oprichter en voormalig bestuurder, terecht door voorzieningenrechter opgeheven.

BRONde Rechtspraak.nl
11 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:3458

Schuldeisersverzuim. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft ten laste van MDK onder Xena en geïntimeerde strafvorderlijk beslag gelegd op grond van artikel 94a Sv, zodat Xena de hoofdsom en rente niet bevrijdend aan MDK kon terugbetalen. Het hof stelt voorop dat in de verhouding tussen MDK en Xena c.s. het voor rekening en risico van MDK komt dat het OM strafvorderlijk beslag onder Xena en geïntimeerde ten laste van MDK heeft gelegd. De argumenten van MDK dat Xena c.s. meer had moeten doen om opheffing van het beslag te bewerkstelligen of eerder aan het OM had moeten betalen, gaan daarom volgens het Hof niet op. 

BRONde Rechtspraak.nl
11 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:3530

Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling. Deze zaak betreft een geschil over het onbetaald laten van een vordering van FLT op appellante B.V. FLT vindt dat appellanten van dit onbetaald laten, persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het hof is dat met FLT eens en zal dit na een bespreking van de feiten en de beslissing van de rechtbank toelichten.

BRONde Rechtspraak.nl
11 mei 2022
ECLI:NL:GHAMS:2021:2063

Het hof stelt voorop dat om te kunnen concluderen dat van een tot schorsing van de executie nopende kennelijke misslag sprake is, ten minste is vereist dat dit klaarblijkelijk het geval is; dat wil zeggen dat reeds op het eerste gezicht, dus zonder relevant nader feitelijk of juridisch onderzoek, zonder meer duidelijk is dat een feitelijk of juridisch oordeel in een bepaalde rechtsoverweging of in het dictum onjuist is. Daarvan is volgens het Hof in het onderhavige geval echter geen sprake; reeds omdat de stellingen van appellant in dit verband (slechts) een herhaling vormen van zijn stellingen in de procedure leidend tot het vonnis van 31 januari 2020 en het hof dit vonnis bij arrest van heden (zaaknummer: 200.276.781/01) heeft bekrachtigd.

BRONde Rechtspraak.nl
11 mei 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:2144

Deze zaak is een uitvloeisel van een geschil tussen (thans wijlen) eiser en Carigna Investments N.V. (hierna: Carigna). Carigna is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan eiser. Eiser heeft geprobeerd de uitspraak waarbij Carigna is veroordeeld op vermogensbestanddelen van Carigna te executeren. Dit is hem niet gelukt. In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of eiser (thans wijlen) de gedaagden kan aanspreken tot vergoeding van door hem gestelde schade, als gevolg van het uitblijven van betaling door Carigna. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

BRONde Rechtspraak.nl
schuldenwijzer
Heeft u schulden?

Schuldenwijzer is een platform dat mensen met schulden een eenvoudig, beveiligd en online inzicht geeft van de eigen schulden en daarbij horende informatie.

Inloggen